Handen ineenslaan om hulpverleners maximaal bij te staan en schade bij de daders te verhalen

Nieuws

30 december 2021

|

Door De Dordtse VVD

Na een berichtje op Instagram dat er in Dordrecht twee handhavers waren geschopt, geslagen en een kopstoot hadden gehad, was voor fractievoorzitter Marc Merx de maat meer dan vol. “Het geweld tegen hulpverleners en hun spullen neemt niet alleen toe, het wordt steeds ernstiger en het lijkt steeds normaler te worden”, vertelt Merx gefrustreerd. “Het gaat om mensen van vlees en bloed met vaak een geliefde en een gezin. Om mensen die altijd en in de meest lastige omstandigheden voor anderen klaar staan. Om mensen die gewoon hun werk doen met veel passie en liefde voor het vak. Elke dag opnieuw, ongeacht wat ze de dag daarvoor hebben meegemaakt. En wie blijft er met de schade zitten? De hulpverleners en de overheid.” Dat moet maar eens afgelopen zijn, vindt Merx.

Schade bij daders verhalen

Het openbaar ministerie en de rechters gaan over de straffen als vergelding voor de maatschappij. Dat is strafrecht. “Wij als gemeenteraadslid daarentegen”, vervolgt Merx, “gaan niet over hogere straffen. We kunnen blijven roepen dat je van hulpverleners af moet blijven, maar dat maakt kennelijk geen enkele indruk.”

Er is naast vergelding ook nog zoiets als vergoeding van de geleden schade. En die schade kan heel snel oplopen. Denk aan het eigen risico van de hulpverlener die een behandeling heeft moeten ondergaan, het gesloopte voertuig van de hulpverleners, de ziektedag(en), eventueel blijvend letsel en de gevolgen daarvan. De verzekering betaalt een deel. Maar die verhaalt het niet altijd (geheel) bij de dader. Er wordt uiteraard een kosten/batenafweging gemaakt. Want het verhalen bij de dader kan soms iets van de hele lange adem zijn en meer kosten dan het oplevert.

Merx: “Mijn indruk is, dat de dader van zo een soort incident er vaak behoorlijk goed mee weg komt. Als dat echt zo is, moet dat maar eens afgelopen zijn.” Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Het is vrij ingewikkelde materie en voer voor juridisch specialisten. Niet iedere hulpverlener kan die specialistische hulp inroepen. Dat moet ook niet, dat moet de werkgever doen. “En dan moet niet iedere individuele werkgever doen, daarvoor moeten ze de handen ineenslaan en gezamenlijk een team van specialisten oprichten”, legt Merx uit. “Want de geweldpleger neemt in één moeite de brandweerman of de ambulancebroeder te grazen en gooit de ramen in van de politieauto. Dan moet niet ieder voor zich een deel van de schade proberen te verhalen, dat doe je samen. ‘Maar dat kost geld’, zult u zeggen. Dat klopt, maar onze rechtstaat en veiligheid is ons dierbaar en zeer waardevol en een kerntaak van de overheid. Dat beschermen mag geld kosten. En als we het goed doen, komt er geld terug.”

Daders harder aanpakken

“Maar zult u ook zeggen; ‘die daders hebben vaak geen cent te makken'”, vervolgt Merx. “Het het ‘kale kip’ argument dus. Die zullen er zeker zijn, en we moeten ook niet de illusie hebben dat we alles vergoed krijgen. Want zoals hierboven aangegeven lopen de kosten fors op. Maar als die dader een jaar of 5 op bijstandsniveau moet doorbrengen, geen scooter/auto meer kan rijden, zijn gouden ketting van zijn hals wordt gehaald, zijn mooie klokkie kwijtraakt, geen dure TV kan aanschaffen, en geen aanspraak kan maken op allerlei extra gemeentelijke voorzieningen. Dan bedenkt hij zich nog wel een keer bij een volgende gelegenheid. Ook in zijn omgeving zal duidelijk worden dat je maar beter geen hulpverleners kan aanvallen en van hun spullen moet afblijven. Maar zo iemand kan zich natuurlijk ook 5 jaar lang in zijn vrije uren zeer nuttig maken voor de maatschappij en daarmee waarde creëren als een soort afbetaling in natura.”

‘Maar het zijn vaak nog kinderen’, is ook een veel gehoord argument geeft Merx aan. “Ja, en? Is het dan minder erg? Integendeel zou ik zeggen. Want als je zo jong begint, waar gaat dit eindigen? Waar zijn de ouders/opvoeders? Wat hebben zij de kinderen bijgebracht aan normen en waarden? Dat je kinderen op de wereld zet is natuurlijk prima. Maar je krijg niet alleen een kind, je krijgt ook een hele grote verantwoordelijkheid. Ja, en ook op straat zijn ze nog steeds de verantwoordelijkheid van de ouders. En als je als ouder geen vat krijgt op je eigen kinderen is er genoeg opvoedkundige hulp voorhanden. Ook dan is je verantwoordelijkheid als ouder om dat in te roepen. Laat je de hele opvoeding verslonzen of roep je geen hulp in, tja dan zijn de consequenties van het gedrag van je minderjarige kinderen ook voor jou als ouder. En op het argument dat ze dit doen omdat ze zich vervelen ga ik niet eens in. Dat is echt geen argument.”

Vragen gesteld aan college

Merx heeft hierover vragen gesteld aan het college. Ook de vraag hoeveel procent van de kosten wordt verhaald op de bekende daders heeft hij gesteld. “Maar ik wil ook weten wat de raad van het bovenstaand idee vindt om gezamenlijk met de andere instanties zoals brandweer, ambulancezorg et cetera te onderzoeken om gezamenlijk zo’n team in te richten dat de schade gaat verhalen op de daders. Ik zie uit naar de antwoorden en de discussie die hierop gaat volgen.”

Merx weet nu al dat er veel partijen, met name links van het midden, zijn die hier niet voor zullen zijn. Merx legt uit: “Het gaat ook om kwetsbare mensen die weinig opvoeding hebben genoten, in het verkeerde wiegje zijn geboren, geen opleiding hebben afgemaakt, zich vervelen en altijd een blauwe fiets hebben gekregen terwijl ze zo graag een rode wilden hebben. ‘Die moet je helpen en niet opzadelen met hoge schulden’, wordt vaak gezegd. Ammehoela, mijn moeder zou zeggen dat degene die zijn kont verbrandt op de blaren moet zitten. En ik vind ook niet dat je iemand voor eeuwig in de schuldsanering moet stoppen. Maar een jaar of vijf betalen voor het door jou veroorzaakte leed en op de daarbij behorende blaren zitten, is niet te veel gevraagd en kan zeer heilzaam werken voor de persoon in kwestie en zijn/haar omgeving. En het kan ook niet zo zijn dat alleen vermogende mensen betalen voor hun fouten of die van hun kinderen en anderen er maar mee weg komen.” Natuurlijk zijn er jongeren die ondanks alle opvoedkundige hulp en inzet van hun ouders niet kunnen of willen deugen. “In dat geval,” vindt Merx, “kun je het de ouders ook niet meer kwalijk nemen en zijn er andere maatregelen noodzakelijk ter bescherming van de maatschappij.” Tenslotte hoort Merx ook vaak het argument dat het heel moeilijk is. Dat is volgens hem geen argument, dat is een feit. “Maar ook dingen die heel moeilijk zijn moeten we willen aanpakken”, zegt Merx. “Ik vraag geen garanties, ik vraag een forse inspanning en inzet in het belang van onze veiligheid, die van onze hulpverleners en onze rechtsstaat.”

Merx besluit: “Kortom; het gaat in het leven om het maken van keuzes, jong of oud, en daarvan de consequenties aanvaarden. Je hoeft geen hulpverleners te bedreigen, te mishandelen of hun spullen te vernielen. Dat is een keuze. En als je de keuze maakt toch te rellen, vernielen, mishandelen en bedreigen, aanvaar dan ook de consequentie dat je de rekening krijgt. Niets in het leven is gratis, vernielen en mishandelen ook niet. Maar dit werkt alleen als we als overheid durven aan te pakken en door te pakken.”