Geweld, geweld en nog eens geweld

Nieuws

22 november 2021

|

Door De Dordtse VVD

“Afgelopen maand heb ik met verbazing en walging het nieuws gevolgd”, zegt fractievoorzitter Marc Merx. “Het begon op vrijdagavond 19 november in Rotterdam waar ‘demonstranten’ losgingen op politieauto’s, politiemensen, brandweermensen en ambulancepersoneel. Kennelijk voelde de politie zich zo bedreigd, dat ze uiteindelijk gericht hebben geschoten. Als je vervolgens leest dat meer dan de helft van de demonstranten minderjarig is, vraag je je af in wat voor land we terecht zijn gekomen en waar dit heen moet.”

Waar gaat het naar toe met Nederland?

Merx vertelt verder: “Waarom, vraag je je af. Waar komt dit vandaan? Ik zou het niet weten, want ik kan me niet voorstellen dat de discussie rondom 2G- of 3G-Coronabeleid hiervan de oorzaak is. Ik denk wel dat er bepaalde types zijn die ieder excuus aangrijpen om te rellen, te vernielen, te plunderen, te mishandelen en zelfs zover gaan om politieagenten, brandweermensen en ambulancepersoneel naar het leven te staan.” Merx vraagt zich vervolgens hardop af wat hij zou doen, als hij wordt gebeld met de mededeling dat zijn zoon is aangehouden voor dit soort delicten of dat hij een schotwond heeft opgelopen omdat hij een politieman of hulpverlener heeft aangevallen. “Zou ik reageren met: ‘Ach, ik ben vroeger ook jong geweest en heb weleens kattenkwaad uitgehaald.’ Of zou ik zeggen: ‘Houd hem maar een paar maanden extra.’” Het eerste zou Merx zeker niet zeggen: “Want dat klinkt als het vergoelijken van crimineel gedrag. Natuurlijk heb ik wel kattenkwaad uitgehaald, maar dat was van een andere orde en bovendien kreeg ik flink op mijn donder van mijn ouders. Aangezien je volgens mij niet beter uit de gevangenis komt dan dat je erin bent gegaan, lijkt me de tweede optie ook niet het beste voor minderjarigen. Het start mijns inziens dus met opvoeding; het corrigeren van slecht gedrag en uiteraard belonen van goed gedrag.”

“Ga je dan toch over de schreef,” vervolgt Merx, “dan is een jaartje gratis werken voor en met hulpverleners en meegaan naar de frontlinie een aardige optie. Ga er zelf maar eens staan, tegenover een groep opgefokte jongeren die je naar het leven staan. Ga jij maar eens een avondje stenen en vuurwerkbommen ontwijken en zien hoe je collega’s en vrienden gewond raken en voor hun leven vrezen. En weglopen mag dan niet. Ze moeten inziendat die hulpverleners en handhavers er niet voor hun lol staan, maar ook gewone mensen zijn die’s-avonds weer gezond thuis willen komen bij hun geliefden. Kan denk ik heel heilzaam zijn.”

Merx vraagt zich als politicus af wat hij eraan kan doen. “Het begint bij jezelf en dus ook hoe met je politieke tegenstanders omgaat. Doe je dat scherp op de inhoud, maar met respect voor de persoon? Of probeer je ten koste van alles een hit te zijn op de sociale media en op de televisie?”

Voorbeeldfunctie

De taferelen die we de laatste tijd in de Tweede Kamer zien, zijn zeer zorgelijk. De omgangsvormen zijn beneden alle peil. Nu zullen de raddraaiers uit Rotterdam en andere dorpen en steden waarschijnlijk niet de trouwe kijkers van Nieuwsuur en anderen actualiteitenprogramma’s zijn. Maar het soort opmerkingen dat door kamerleden wordt gemaakt, zijn onacceptabel. Ze worden door de sociale media ontvangen als God’s woorden,

maar kunnen zeer schadelijk zijn. Deze woorden kunnen namelijk wel een stimulans en voorbeeld zijn voor figuren die willen rellen, plunderen, vernielen en ernstig verwonden. Deze hebben vermoedelijk niet heel veel stimulans nodig…”

Veiligheid in Dordrecht

Maar wat wordt er in Dordrecht gedaan? Er wordt veel geïnvesteerd in opvoedingsondersteuning, onderwijs voor groepen die achterblijven, jeugdwerk etc. De sociale media wordt nauwlettend gevolgd door politie en jeugdwerk en als er signalen zijn dat er opgeroepen wordt tot geweld, snellen ze daaropaf om een en ander in de kiem te smoren. “Misschien is dat ook wel de reden dat Dordrecht (nog) buiten schot blijft”, concludeert Merx. “De vraag is alleen, hoe lang nog?”

Wat de Dordtse VVD betreft moeten er veel meer wijkagenten en wijkhandhavers komen die in nauw contact staan met de mensen, waaronder de jongeren, uit de wijk. Dat kan namelijk bijdragen aan het verkleinen van de afstand tussen de jongeren en de politie en handhaving en het vergroten van het gezag en respect van deze hulpverleners. “Zodat de jongeren zien dat hulpverleners ook gewoon mensen zijn, maar wel mensen die een lijn trekken; tot hier en niet verder”, sluit Merx af.